Pesten

pesten_150x149.jpg
Pestprotocol van Roda’46 en achtergrondinformatie.

Roda’46 wil haar spelers een omgeving bieden, waarin zij zich op een prettige en positieve wijze kunnen ontwikkelen. Pesten verstoort dat en helaas kan dat overal gebeuren. Sportclubs die beweren dat pesten bij hun vereniging niet plaatsvindt, nemen het pestgedrag niet serieus. Het is belangrijk om een beleid te hebben waar alle betrokkenen op kunnen terugvallen in voorkomende gevallen.

Het pestprotocol is een vastgelegde wijze waarop we het pestgedrag in voorkomende gevallen benaderen. Het biedt de betrokkenen duidelijkheid over de gevolgen, de ernst en specifieke aanpak van dit ongewenste gedrag. Op de leidersavond aan het begin van het voetbalseizoen zal het pestprotocol aan de orde worden gesteld. Het pestprotocol wordt ook gepubliceerd op de website van Roda’46.


Uitgangspunten bij het pestprotocol

  1.    Als pesten en pestgedrag plaatsvindt, ervaren we dat als een probleem voor Roda’46, zowel voor de leider/trainers als de ouders, de kinderen, de gepeste kinderen, de pesters en de 'zwijgende' groep kinderen.
  2.    Roda’46 heeft een inspanningsverplichting om pestgedrag te voorkomen en aan te pakken door het scheppen van een veilig klimaat waarbinnen pesten als ongewenst gedrag wordt ervaren en niet wordt geaccepteerd.
  3.    Leiders en trainers moeten tijdig inzien en alert zijn op pestgedrag in algemene zin. Indien pestgedrag optreedt, moeten zij duidelijk stelling en actie ondernemen tegen dit gedrag.
  4.    Wanneer pesten, ondanks alle inspanningen weer optreedt, wordt de uitgewerkte procedure uitgevoerd.

   
Vertrouwenspersoon

Als je gepest wordt of je neemt pesten of pestgedrag waar dan kun je contact opnemen met de vertrouwenspersoon van Roda'46

 

 

Protocol

A. Maatregelen en procedure: 

Preventieve maatregelen:

De leider/trainer bespreekt met de jeugdspelers de algemene afspraken en regels in het team aan het begin van het voetbalseizoen. Het onderling plagen en pesten wordt hier benoemd en de regels van het pestprotocol worden expliciet besproken.


Strafmaatregelen:

Indien er sprake is van herhaald pestgedrag worden de ouders van de pester in het bijzijn van de pester op de hoogte gesteld van de ongewenste gebeurtenissen in een gesprek in het clubhuis. Hierbij is ook een lid van de jeugdcommissie of het technisch team aanwezig. Aan het eind van dit oudergesprek worden de afspraken met de pester uitdrukkelijk doorgesproken en ook vastgelegd. Ook de op te leggen sancties bij overtreding van de afspraken worden daarbij vermeld. Gedacht kan worden aan het vaker reserve staan. Indien het pestgedrag van de pester niet aanzienlijk verbetert, en/of de ouders van het kind werken onvoldoende mee om het probleem ook aan te pakken kan worden overgegaan uitsluiting van een aantal wedstrijden (schorsing). Uiteindelijk kan de pestende speler ook geroyeerd worden van de club.

 

B. De concrete invulling als handvat van het pestprotocol:

Procedures leiden op zichzelf niet tot het verdwijnen van ongewenst gedrag. Wel is het belangrijk om in zaken als pestgedrag duidelijk te monitoren hoe het verloop van een zaak wordt behandeld. Onderstaande tekst geeft concrete invullingen en handreikingen.


De leider/trainer heeft een belangrijke rol.
Hij/zij zal helder en duidelijk moeten maken dat dit ongewenste gedrag niet geaccepteerd wordt. De leider/trainer biedt in eerste instantie de gepeste speler bescherming, spreekt ernstig met de pester en zijn ouders en richt zich vervolgens op de zwijgende middengroep en de meelopers.
  

Hulp aan het gepeste kind:
De begeleiding van de gepeste speler is van groot belang. Het kind is vaak eenzaam en altijd slachtoffer en heeft recht op professionele zorg vanuit de vereniging. Naast het voorkomen van nieuwe ongewenste ervaringen staat het verwerken van de ervaringen. Dit gebeurt vooral door gesprekken met de leider/trainer.

Hulp aan de pester:
Pesters zijn niet in staat om op een normale wijze met anderen om te gaan en hebben dus óók hulp nodig. Die hulp kan bestaan uit een gesprek vanuit het protocol waarin ondubbelzinnig zal worden aangegeven welk gedrag niet geaccepteerd wordt. Dit gesprek wordt gevoerd als een slecht-nieuwsgesprek. Er wordt een schriftelijk verslagje van gemaakt.
Een duidelijk afspraak voor een vervolggesprek op termijn ongeacht de ontwikkelingen en welke straf er zal volgen indien het pestgedrag toch weer voorkomt.

Hulp aan de zwijgende middengroep en de meelopers:
De zwijgende middengroep is als eerder beschreven in dit stuk van cruciaal belang in de aanpak van het probleem. Als de groep eenmaal in beweging is gebracht, hebben kinderen die pesten veel minder te vertellen. Deze middengroep is eenvoudig te mobiliseren, niet alleen door de leider/trainer, maar ook door de ouders.

Hulp aan de ouders
Voor de ouders van het gepeste kind is het van belang dat Roda’46 ernst maakt met de aanpak van het pesten. Met de ouders van het gepeste kind zal overleg zijn over de aanpak en de begeleiding van hun kind. De ouders van de pesters moeten absoluut op de hoogte zijn van wat er met hun kind gebeurt. Zij hebben er recht op te weten dat hun kind in sociaal opzicht bepaald gedrag vertoont dat verbetering behoeft. Ouders kunnen hun kinderen zeggen dat zij het verschrikkelijk vinden als kinderen elkaar pesten. Dat als hun kind het ziet, het zeker niet mee moet pesten, maar stelling moet nemen. Indien het kind die stelling niet durft te nemen, het altijd aan de ouders of aan de leider/trainer moet vertellen. Praten over pesten is fundamenteel iets anders dan klikken.

De belangrijkste regel van het pesten luidt: Word je gepest, praat er dan thuis, op school en bij Roda’46 over. Je mag het niet geheim houden!!

--- 

De 10 gouden regels vanuit het pestprotocol zijn:

  1.       Je beoordeelt een ander niet op zijn/haar uiterlijk
  2.       Je sluit een ander niet buiten van activiteiten
  3.       Je komt niet zonder toestemming aan de spullen van een ander
  4.       Je scheldt een ander niet uit en je verzint geen bijnamen
  5.       Je lacht een ander niet uit en je roddelt niet over andere spelers
  6.       Je bedreigt elkaar niet en je doet elkaar geen pijn
  7.       Je accepteert een ander zoals hij of zij is
  8.       Je bemoeit je niet met een ruzie door zomaar partij te kiezen
  9.       Als je zelf ruzie hebt, praat het eerst uit lukt dat niet dan meld je dat bij de leider of de trainer.
  10.     Als je ziet dat een ander gepest wordt, dan vertel je dat aan de leider/trainer. Dat is dan geen klikken!

 

Achtergrondinformatie                                          

Voorbeelden van specifiek pestgedrag:

Verbaal:

Vernederen:”Haal jij alleen de ballen maar uit de bosjes, je kunt niet goed genoeg voetballen om echt mee te doen

Schelden: “ Viespeuk, etterbak, mietje” enz.

Dreigen: “Als je dit of dat doet, dan grijpen we je”

Belachelijk maken, uitlachen bij lichaamskenmerken of bij een verkeerde actie op het veld. Kinderen een bijnaam geven die als negatief worden ervaren. (rooie, dikke, dunne, flapoor, centenbak enz)


Fysiek:

Trekken en duwen of spugen.

Schoppen en laten struikelen. Krabben, bijten en haren trekken.

 

Intimidatie:

Een speler achterna blijven lopen of hem/haar ergens opwachten.

Iemand in de val laten lopen, de doorgang versperren of klem zetten tussen de fietsen.

Dwingen om bezit dat niet van jou is af te geven

Een speler dwingen bepaalde handelingen te verrichten, bijvoorbeeld geld of snoep meenemen.

 

Isolatie:

Steun zoeken bij andere spelers bijv. zodat de speler niet wordt uitgenodigd voor leuke dingetjes.

Uitsluiten: de speler wordt niet aangespeeld, mag niet meefietsen naar huis, enz

 

Stelen of vernielen van bezittingen:

Afpakken van spullen, kleding

Beschadigen en kapotmaken van spullen: schoppen tegen en gooien met een voetbaltas, banden van de fiets lek steken.


Het specifieke van pesten is gelegen in het bedreigende en vooral systematische karakter. De inzet van het pestgedrag is altijd macht door intimidatie.

 

Laatste wijziging: 10-4-2016