Blessures

ehbo_popppetjes_187x140.jpg1. ALGEMEEN
Er zijn 1,5 miljoen sportblessures per jaar. Veldvoetbal is de sport met de grootste absolute bijdrage (omdat het de meest beoefende sport is). Van de 6 geblesseerde sporters is er 1 een voetballer. Procentueel gezien is zaalvoetbal de sport waarbij de kans het grootst is dat je geblesseerd raakt. Voetballers zijn dus veel geziene mensen in de medische wereld. Het is daarom van groot belang om goed voorbereid te zijn.


2. HOE ONTSTAAN SPORTBLESSURES?
We maken onderscheid tussen chronische en acute blessures.

Hoe ontstaan chronische blessures?
Chronische blessures ontstaan door overbelasting oftewel het continu herhalen van een beweging. 63% van de blessures zijn enkel- pols- knie- en handblessures.

Hoe ontstaan acute blessures?
Acute voetbalblessures kunnen allerlei oorzaken hebben en kunnen ontstaan tijdens onvermijdelijk lichaamscontact met de tegenstander (bijvoorbeeld landen op de voet van een andere speler bij een kopduel) of ten gevolge van het opzettelijk begaan van een overtreding (bijvoorbeeld met gestrekt been in komen).
In het algemeen worden acute blessures veroorzaakt door bijvoorbeeld een val, klap, botsing of een verkeerde beweging. Hierdoor ontstaan dan vaak een zwelling, kneuzing, scheuring, verstuiking of botbreuk.

Onderstaande factoren zijn van invloed bij het ontstaan van sportblessures.:
-    Onjuiste trainingsmethoden;
-    Slechte voorbereiding/warming-up;
-    Slechte conditie;
-    Slecht materiaal of verkeerde schoenen;
-    Slechte houding


3. PREVENTIE
Om te voorkomen dat je geblesseerd raakt moet je als voetballer met veel factoren rekening houden.

3.1 Training
Als voetballer train je niet voor niets. Training is niet alleen belangrijk om beter te kunnen voetballen. Je voorkomt er ook onnodige blessures mee. Met trainen zorg je er voor dat je conditie verbetert en je lichaam meer kan verdragen. Je spieren worden sterker en je botten en gewrichten kunnen beter tegen een stootje.
Door niet te trainen vergroot je daarom de kans op blessures. Je ziet dus ook vaak dat na een lange periode zonder training (zoals na de zomerstop) er sneller (spier)blessures optreden. Houd daarom in de zomerstop je conditie voor jezelf een beetje bij.
Je moet niet teveel in één keer willen, waardoor de spieren en gewrichten te zwaar belast worden. Een training moet je goed opbouwen.

3.2. Materiaal
Met goed materiaal verklein je de kans op blessures. Hoewel dit logisch klinkt, zie je dat het toch nog wel eens niet goed gaat. Spelers die spelen zonder scheenbeschermers of met verkeerde schoenen zijn voorbeelden daarvan.
Draag ook niet zonder dat daar aanleiding voor is een brace, bandage of tape om de knie of enkel. Doe dit alleen op aanraden van iemand die daar verstand van heeft (verzorger, fysiotherapeut, sportarts). Onnodig gebruik hiervan kan bijvoorbeeld leiden tot een zwakke enkel of een minder stabiel kniegewricht.

groene kruis_74x74.jpg3.3.Verstandig zijn, pech hebben
Door met een goede conditie en getraind het veld op te gaan, kunnen ook blessures vermeden worden.
Er zijn ook nog enkele zaken die simpelweg verstandig zijn om wel of niet te doen.
•    Ga niet voetballen als je (een beetje) ziek bent.
•    Neem pijnsignalen serieus en neem voor oude blessures de tijd om te herstellen
•    Let op gezonde voeding en neem voldoende rust;
•    Speel niet twee of meer wedstrijden in een weekend als je dat niet gewend bent.
•    Ga niet op vrijdagavond tot vijf uur ’s nachts het café in als je de volgende ochtend een wedstrijd moet spelen.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden die logisch lijken, maar die toch nog wel eens fout gaan. De kans op een blessure is hierbij nu eenmaal groter.
Als je alles goed hebt gedaan om blessures te voorkomen, dan bestaat er jammer genoeg ook zoiets als pech. Soms is er gewoonweg niets aan te doen dat je geblesseerd bent geraakt.


4. OMGAAN MET EEN BLESSURE
De meeste blessures gaan vanzelf weer over. Het lichaam heeft herstellend vermogen en met een beetje rust en de juiste trainingsprikkel sta je binnen enkele weken weer klachtenvrij op het veld.

Maar soms gaat de blessure niet over. Dit kan verschillende oorzaken hebben en op zo’n moment is het verstandig om op tijd hulp in te roepen van een specialist (verzorger, fysiotherapeut, sportarts). Maar wanneer moet je dit doen? Het advies is dat als je binnen 2 weken totaal geen vooruitgang ziet (dus stilstand of verslechtering), dat je dan wel hulp in moet roepen. Vraag je al eerder hulp, dan kan dit zeker geen kwaad. Maar wacht je nog langer, dan kun je misschien onnodig lang met je blessure rondlopen en zou het kunnen verergeren.

Het volgende dat belangrijk is om te weten is dat je niet te vroeg weer moet beginnen met sporten als je nog niet volledig hersteld bent. Er gelden in de medische wereld enkele wetmatigheden die voor jou gelden als voetballer, maar ook voor een ouder iemand of een topsporter. Te vroeg beginnen met sporten na een blessure kan er voor zorgen dat dezelfde blessure langer aanhoudt of weer terugkomt. Een bekend voorbeeld hiervan is het verzwikken van de enkel en dat dit binnen een jaar nog een of meerdere keren gebeurt.


brancard_156x112.jpg


5. HERKENNEN VAN ERNSTIGE BLESSURES
Voor een leek op medisch gebied is het uiteraard moeilijk de ernst van een blessure op de juiste wijze in te schatten. Niemand kan je het verwijt maken dat je geen diagnose kunt stellen. Enige basiskennis kan echter goed van pas komen.

In veel gevallen is de leider/coach degene die eerste hulp bij een sportongeval verleent. Het is belangrijk om te weten wat te doen, maar minstens zo belangrijk om te weten wat in ieder geval niet te doen.

•    Vraag aan het slachtoffer of aan omstanders of er een krakend geluid te horen is geweest of dat er een knappend gevoel is waargenomen. In dat geval is stoppen het enig juiste advies.
•    Niet de pijn maar zwelling geeft betrouwbare informatie over de ernst van een blessure. De hoeveelheid zwelling, maar vooral de snelheid waarmee zwelling ontstaat, is van belang voor een juiste inschatting van weefselbeschadiging. In het algemeen geldt dat een speler die op het veld ligt of naar de kant komt met een reeds zichtbaar gezwollen enkel een behoorlijke beschadiging heeft opgelopen en onmiddellijk de sportactiviteit dient te staken.
Let wel: geen directe zwelling betekent niet automatisch dat er geen ernstig letsel is ontstaan.
•    Beoordeel of een sporter na het ontstaan van een blessure nog “normaal” kan lopen. Iemand die na enkele minuten nog steeds afwijkend loopt kan beter naar de kant worden gehaald. Doorgaan is op dat moment een risico.
•    Indien een speler een getroffen lichaamsdeel in het geheel niet meer kan bewegen of niet meer op een been kan staan, hoeft de begeleiding het slachtoffer waarschijnlijk niet meer te adviseren te stoppen.
•    Als de leider/trainer ondanks alle informatie en eigen kennis niet weet wat de ernst is van een blessure en wat hij er mee moet doen, neem dan geen enkel risico met de handelingen. Blijf altijd rustig, stel het slachtoffer op het gemak, blijf met hem praten, probeer afkoeling te voorkomen (leg niet alleen een jas of deken over maar vooral ook onder de persoon) en zorg dat zo snel mogelijk deskundige hulp ter plekke komt.
•    Een speler moet in ieder geval uit het veld worden gehaald en verwezen worden voor medische observatie als hij of zij (tijdelijk) het bewustzijn heeft verloren. Ook als hij of zij één van de onderstaande symptomen heeft, is het goed de speler uit het veld te halen en door te sturen naar een  dokter.

  • oriëntatiestoornis in plaats en tijd
  • hoofdpijn
  • misselijkheid
  • wazig zien, sterretjes zien of dubbel zien
  • geheugenverlies voor het gebeurde
  • coördinatiestoornis
  • abnormale pupilgrootte en reactie op het licht

Lees hier hoe je moet handelen als je vermoedt dat iemand een hersenschudding heeft

6. HULP
Als het letsel zich ernstig laat aanzien beoordeelt de teambegeleiding (of een hulpverlener) of er professionele hulp opgeroepen moet worden.
Eerst belt de leider/trainer (of omstander) het alarmnummer 112. Vervolgens wordt contact opgenomen met wedstrijdsecretariaat (bij Roda ´46: 033-4940689). Het dienstdoende commissielid bij Roda '46 zorgt dat het toegangshek rondom het sportpark wordt geopend, zodat de ambulance het slachtoffer kan bereiken.
Neem tevens contact op met de ouders/verzorgers of familie van de speler.

Blijf rustig, stel de gewonde op het gemak, blijf met hem of haar praten, probeer afkoeling te voorkomen (leg niet alleen een jas of deken over maar vooral ook onder de persoon).
Laat iemand met het slachtoffer mee gaan naar het ziekenhuis of dokter. Het liefst is dat natuurlijk een ouder/verzorger of familielid van het slachtoffer, maar het kan ook de leider/trainer zijn of een bekende.
Bij zeer ernstige blessures kan de leider/trainer met de scheidsrechter overleggen om de wedstrijd te staken. De beslissing over al dan niet definitief staken ligt bij de scheidsrechter.

7. EHBO-TROMMEL
EHBO-uitrustingen bevinden zich op het podium en achter de bar in de kantine van Roda ’46.

ehbo-kist.jpg



8. BRANCARD
Twee brancards zijn opgehangen in de gang bij de kleedkamers (onder de tribune).


9. NAZORG
Nazorg met behulp van een verzorger, fysiotherapeut, (huis)arts of andere specialist is niet altijd nodig. Zoals eerder beschreven kunnen de meeste blessures in principe vanzelf herstellen. Heb je echter wel hulp nodig, wacht dan niet te lang.
Met een goede begeleiding heb je een grotere kans op goed herstel en een kleinere kans dat de blessure terug zal komen. Daarnaast is ook een goede kennis van de blessure belangrijk, zodat je beter naar je lichaam leert luisteren en weet wanneer je moet stoppen om ernstige blessures te voorkomen.

Er zijn meerdere opties voor je waaruit je kunt kiezen:
1. De fysiotherapeut. Voor de fysiotherapeut is tegenwoordig geen verwijzing van je huisarts meer nodig.
2. De huisarts: Bij de huisarts kun je ook altijd terecht. Hij is minder specialistisch als het gaat om sportblessures, maar hij heeft vaak wel een beter beeld wat betreft je complete gezondheid.
3. Een sportarts: Deze vind je in ziekenhuizen en revalidatiecentra. Hier is (meestal) geen verwijzing van je huisarts voor nodig. Het is niet altijd nodig om meteen naar een sportarts te gaan. Om dit te beoordelen is het aan te raden om eerst naar een fysiotherapeut of de huisarts te gaan.

Roda ’46 werkt samen met een aantal fysiotherapeuten en sportmasseurs in de regio.


image007_159x139.jpg


10. BEGELE
IDING VOOR SELECTIESPELERS BIJ HET HERSTELPROCES
Op de maandag na het oplopen van de blessure dienen selectiespelers van de senioren, de A-, B-, C-junioren, evenals de selectiespelers van de D-pupillen de fysiotherapeut van de vereniging te bezoeken.
De fysiotherapeut van Roda ‘46 adviseert hoe, waar en wanneer de behandeling van de blessure kan plaatsvinden en binnen welke termijn verwacht wordt dat de speler fit is om aan de training of wedstrijd deel te nemen.
In het belang van het herstel doen de spelers er verstandig aan het advies op te volgen.

De trainers en leiders van de selectieteams bespreken met de fysiotherapeut de voortgang van de blessurebehandeling. De verzorger kan de trainer of leider aanwijzingen geven over aangepaste training en de mate van belasting, en begeleidt dus het herstelproces.
De leider/trainer volgt de aanwijzingen van de fysiotherapeut.

massage_cartoon.gif

 

Laatste wijziging: 2-2-2016