1946: Vaders straatvoetballers richten voetbalclub op

Het is 1946. De oorlog is voorbij. Het nagenoeg geheel agrarisch ingestelde Hamersveld heeft 4.900 inwoners. Het verenigingsleven, dat gedurende de oorlog de activiteiten moest staken, komt weer op gang. Er zijn slechts twee toneelverenigingen, een zangvereniging, de Oranjevereniging en de harmonie Lisiduna. Aan gymnastieklokalen en sportterreinen wordt nog niet gedacht, om de doodeenvoudige reden dat voor het bedrijven van georganiseerde sport geen belangstelling bestaat. 

In Hamersveld zijn al enige tijd twee straatvoetbalelftallen, namelijk die van de Hamersveldseweg en die van de Asschatterweg. Het clubje uit Asschat heet O.K.B. (Op Klompen Begonnen). Beide teams voetballen op straat of in een weiland tussen de koeien. Het eerste vond de veldwachter niet goed en voor het tweede hadden de desbetreffende boeren geen begrip. De voetballers van de Asschatterweg vragen in een brief aan Mej. De Beaufort of zij op een heideveldje, behorend tot het landgoed "De Boom", even voorbij de Postweg, mogen spelen. Vanwege het natuurschoon wordt dit verzoek afgewezen.

De vaders van de straatvoetballers besluiten daarop een fusie aan te gaan. Ze willen een echte voetbalclub oprichten. Op 15 september 1946 komen zestien personen bijeen in het kroegje van Tinus van de Pol, het huidige café 'De Dikke'. Zij vertegenwoordigen de twee bestaande straatelftallen.

Het is de tijd van tegenstellingen tussen katholiek en protestant. Pastoor Van Wee is ook uitgenodigd voor deze oprichtingsvergadering. Zijn verzoek om er een Rooms Katholieke vereniging van te maken wordt afgewezen, ondanks de toezegging van een wedstrijdbal. Dat is in die dagen een groot en duur cadeau.

De Asschatters willen de naam O.K.B. behouden, maar de aanwezigen vinden dat te primitief. Ze willen liever RODA, een afkorting van Recht Op Doel Af.

Welke clubkleding er moet worden gedragen wordt door Wim Vrijhoef en Joop Bloemendal simpel opgelost. Zij spelen in de zaterdagcompetitie bij het Amersfoortse Quick en bieden aan de (zwarte) broekjes en (rode) shirtjes van het Quick-elftal gratis door hun moeders te laten wassen. Dat gebeurde op zaterdagavond nog en zo kon Roda 's zondags spelen in de zwart-rode Quick-kleding, die na de wedstrijd nogmaals in de wastobbe verdween, zodat ze de volgende zaterdag weer door de niets vermoedende Amersfoortse club kon worden gebruikt.
  

waslijn_339x191.jpg
Op zatedag- en zondagavond werden de tenues door een Roda-moeder gewassen.

 
De eerste Leusdense sportvereniging krijgt een echt bestuur, allemaal vaders van de straatvoetballers. De heer H.Th.Broekman wordt de eerste voorzitter van de club, J. Vrijhoef wordt secretaris. Hubertus Brandsen gaat de verenigingskas beheren, terwijl B.Bloemendal en Gerrit Hoogland optreden als commissarissen.

Begonnen wordt met slechts één bal en spelers die voorzien zijn van hoge werkschoenen. Het café van Tinus van de Pol, aan de Zwarteweg, is de thuisbasis van de club. De bekerkast hangt in volle glorie in de gelagkamer.
 

dhr._broekman_sepia_153x189.jpg
Dhr. H.Th. (Arie) Broekman, de eerste voorzitter van de club

 

COMMISSARIS GERRIT HOOGLAND

Dat de heer Gerrit Hoogland bij oprichting één van de commissarissen was berust op het feit dat hij postbode was op Hamersveld. Hij kwam de post brengen bij Tinus van de Pol toen hem gevraagd werd: "Gerrit, we komen een lid tekort om een voetbalclub op te richten, wil jij je naam even op dit papier zetten?" Waarop het antwoord volgde: "Welja, das best".
Roda '46 was opgericht en Gerrit Hoogland was ineens "medeoprichter" van Roda.

Of het helemaal echt zo gegaan is weet niemand meer...



Geen lolletje


Het is geen lolletje om in die tijd in het bestuur van Roda te zitten. De voetballeiders hebben veel werk en zorgen. Neem Hubertus Bransen als voorbeeld. Officieel is hij penningmeester (meer dan zeven jaar), maar behalve het werk om de contributie (een kwartje per week) binnen te krijgen, moet hij ook de entreekaartjes (ad f. 0,35) verkopen en bovendien heeft hij het beheer van het snoep- en drankwinkeltje op het veld.
Voorts moet hij met zijn medebestuurders voor het begin van de wedstrijden eerst de grazende koeien van het veld zien te krijgen, de "hopen" opruimen, doelpalen in- en later weer uitgraven, de netten aan de doelpalen bevestigen, de hoekvlaggen plaatsen en ook nog even de kalklijnen trekken. Alleen grasmaaien is niet nodig, dat doen de koeien.
De trainingen worden gegeven door de voorzitter, H.Th.Broekman, en wel omdat hij het kosteloos doet.
Het bestuur doet het allemaal graag, vooral omdat hun kinderen dan aan de gang kunnen gaan. 

 

hubertus_bransen_sepia.jpg
1971 Hubertus Bransen, mede-oprichter van Roda

hubertus_bransen_sepia_188x206.jpg
Hubertus Bransen tijdens het
40-jarig jubileum in 1986

HUBERTUS BRANSEN, MEDE-OPRICHTER VAN RODA

Op 15 september 1946 werd RODA opgericht in het cafe van Tinus v.d. Pol aan de Hamersveldse Zwarteweg. De heren H.Bransen, H. TH. Broekman, J.Vrijhoef, B.Bloemendal en G.Hoogland vormden het eerste bestuur.

Eén van de vijf medeoprichters was Hubertus Bransen (zonder d voor de s, zoals hij nadrukkelijk stelde). Hubertus werd geboren in 1903 in De Meern en voetbalde in zijn jeugd bij het Utrechtse UVV. Lang voordat Hamersveld Leusden zou gaan heten verhuisde hij hierheen. Hamersveld was een agrarische gemeenschap, waar zelfs een voetbalclub ontbrak. Toen de jongens van de Hamersveldse- en de Asschatterweg, destijds vrijwel de enige straten van de bebouwde kom, bij het voetballen (op straat met de veldwachter en in de weilanden met de boeren) steeds meer last ondervonden, staken de vaders van die jongens de koppen bij elkaar en besloten een voetbalclub op te richten.

Hubertus had drie zonen. Bep was de meest getalenteerde en speelde al op z’n achttiende jaar in Roda 1, met o.a. Jo en Hans Vrijhoef, Bob Bloemendal en de Glismeijers. Ook Wim en Henk waren actief bij de vereniging. Henk, die nu nog regelmatig bij Roda komt, was jarenlang trainer van de jeugd en floot tot op hoge leeftijd wedstrijden voor Roda.

Hubertus is 83 jaar geworden en hij is tot zijn dood lid gebleven van zijn club.



1946-1947: De allereerste spelers