2014: De Brand

De Brand

13 maart 2014:

De heer Hoogland wordt plotseling wakker. Op zijn wekker ziet hij dat het even na half drie is. Een penetrante brandlucht maakt hem meteen alert. Snel gaat hij op onderzoek uit, maar in zijn huis ontdekt hij geen brandhaard.

Hij kijkt uit het raam en ziet rook. Hij kan niet zien waar de walm vandaan komt. Snel kleedt hij zich aan en gaat buiten op onderzoek uit. Het komt van de sportvelden. Als hij in het tunneltje onder de Groene Zoom loopt ziet hij weinig. De onderdoorgang staat vol rook. Hij loopt nog even door en merkt dat het bij Roda’46 is. Ondanks de duisternis ziet hij flink wat rook bij de voetbalclub.

In eerste instantie gaat hij er vanuit hij dat er een container of zoiets achter het kleedkamergebouw in de fik staat. Hij belt 112 en meldt de brand. Als hij dichterbij is ziet hij dat de rook uit de kleedkamers zelf komt. Zijn jarenlange ervaring als brandweerman komt hem van pas. Hij belt opnieuw met 112 en vertelt de details.

Tegen drieën wordt Frits van Ginneken zijn bed uitgebeld. Frits is beheerder van de kantine. Bij onraad of alarm neemt het beveiligingsbedrijf contact met hem op. Doordat de stroom op het Roda complex uitvalt wordt het alarm geactiveerd. En dus wordt Frits onmiddellijk opgeroepen.
Als hij bij het Burg. Buiningpark arriveert is de brandweer er al.

Frits ziet dat er veel rook uit het gebouw komt. Plotseling schieten de vlammen uit het dak. Metershoge vuurpluimen zorgen voor een onwerkelijk schouwspel. Dit is een fikse brand. Hij informeert Arjan Visscher, de voorzitter van de club. Ook belt hij met het bestuurslid facilitaire zaken, John Groenevelt en Ko de Kruijf van de accommodatiecommissie.

Om kwart over drie gaat de telefoon bij mij. Het is Frits van Ginneken. “Arjan, de kleedkamers bij Roda’46 staan in de brand! De vlammen komen hoog boven het dak uit”. “Dat is erg”, antwoord ik, “Maar je hebt de verkeerde ‘Visser’ gebeld. Ik ben Chris.”

Als we de verbinding verbroken hebben probeer ik weer te gaan slapen. Dat blijkt niet mogelijk. Allerlei gedachten schieten door mijn hoofd. Wat zou er precies in brand staan? Hoe erg is het? Hoe moet het komende zaterdag…? Om zes uur houd ik het niet langer uit. Voordat ik naar m’n werk ga moet ik kijken bij Roda’46.

Bij Roda komt de brandlucht me tegemoet. Het is nevelig en koud. De hele entourage is naargeestig. De brandweer is doende om de spullen op te ruimen. Slangen worden opgerold en de brandweerwagens worden weer ingeladen. Ik vraag aan de commandant:  “Is het heel erg?” “Best wel”, antwoordt de spuitgast, die denkt dat ik een journalist ben. “Als je meer wilt weten moet je in de kantine zijn. Daar zijn de mensen van Roda.”
In het clubhuis zitten Arjan Visscher, John Groenevelt, Ko de Kruijff en Frits van Ginneken. Het is akelig donker in het gebouw. Er is geen elektriciteit. Alleen de noodverlichting boven de ingangen doet het nog. De sfeer is bedrukt. Er wordt niet veel gesproken.

“Is het heel erg?” vraag ik weer. “Er is niks meer van over. Ga zelf maar kijken“, krijg ik als antwoord.

De aanbik van het grotendeels verwoeste gebouw is uiterst mistroostig. Het is nevelig. Het stinkt naar brand. Alles is zwartgeblakerd. Als stalactieten in een druipsteengrot hangen delen naar beneden van wat eens een de kunststof lichtkoepel was. Bakstenen muurtjes zijn kromgetrokken en staan op omvallen of liggen al op de grond. Het dak is grotendeels naar beneden geklapt. Her en der komen er nog wat dingen onderuit. Het is nauwelijks herkenbaar. De puinhopen walmen nog, vanwege het vele water dat door de brandweer is gespoten. De warmte van het pas gedoofde vuur komt me tegemoet. Betreden durf ik het gebouw niet. Veel staat op instorten.

De schade is groot. Het middendeel van het kleedkamercomplex is verwoest. Elektriciteit is er niet meer. De opslag van de voetballende dames is weg.  En dan bedoel ik: echt weg. Er is geen stukje stof terug te vinden van de tenues. Van de ballen is niks meer over.  Hoedjes en pilonnen. Alles is helemaal verbrand.

De ruimte van de accommodatiecommissie, waarop Ko de Kruijff zo trots was, is compleet tegen de grond. Van de gereedschappen is niets meer over. Verschillende kleedkamers hebben geen dak meer. De muren zijn ontzet. Roet en andere afvalstoffen zitten in de afzuiginstallatie. De achterwand van de tribune is opengeknipt door de brandweer om het vuur te bestrijden. De geluidsinstallatie is niet meer te gebruiken.

Triest, uiterst triest is deze aanbik. Ik heb geen behoefte aan om hier lang te blijven.

Als ik weer terug in de kantine ben zijn de eerste afspraken voor crisisoverleg al gemaakt. Er is direct contact geweest met de verzekering en de gemeente. Besloten wordt niet bij de pakken neer te zitten, maar om de zaken zo snel mogelijk en daadkrachtig aan te pakken.

Een paar dagen later zorgt een aggregaat voor stroom in de kantine. Na anderhalve week wordt al weer gevoetbald bij Roda, zij het dat het kleedkamercomplex niet betreden mag worden. Na twee weken hard werken door vrijwilligers is een deel van de kleedkamers weer toegankelijk. Electra wordt bij de biljartclub (legaal) afgetapt. Gedoucht kan er nog niet worden.
Een paar dagen later is er ook weer water.

Langzamerhand richt Roda'46 zich weer op. Plannen om een nieuwe kleedkameraccommodatie te bouwen worden uitgewerkt. Tijdens Algemene Ledenvergaderingen wodren de tekeningen van de nieuwe kleedkamers gepresenteerd. In september zijn eindelijk alle vergunningen binnen. De verzekering keert de schade uit. Een hypotheek wordt aangevraagd.

Spoedig wordt begonnen met de bouw. Mede dankzij het mooie weer in het najaar gaat het zeer voorspoedig. In februari 2015 beschikt  Roda'46 weer over een prachtig nieuw kleedkamercomplex.