|
STRAFTIJDREGELING In de categorie B kan de scheidsrechter een speler 5 minuten straftijd geven. Straftijd kan niet worden opgelegd aan elftallen die uitkomen in de categorie A van het veldvoetbal. Onder B-categorie wordt verstaan: - senioren vanaf reserve 4e klasse - junioren vanaf 2e klasse - alle pupillen (behalve de hoofdklasse bij de D-pupillen) Tijdens de wedstrijd kan een speler 5 minuten straftijd worden opgelegd voor de volgende overtredingen: 1. het gooien van een kluit aarde/pol gras of ander voorwerp 2. het wegtrappen van de bal, terwijl het spel dood is 3. het weggooien van de bal, terwijl het spel dood is 4. het onvoldoende afstand nemen bij een vrije schop 5. het vertragen van een spelhervatting 6. het belemmeren van een spelhervatting 7. het opzettelijk de bal met de hand spelen (dus niet: het opzettelijk de bal met de hand spelen, waardoor de tegenstander een doelpunt of duidelijke scoringskans wordt ontnomen) 8. voortijdig het speelveld verlaten, zonder toestemming van de scheidsrechter 9. het speelveld betreden en aan het spel deelnemen, zonder toestemming van de scheidsrechter 10. het door woord en/of gebaar te kennen geven het niet eens te zijn met een beslissing van de scheidsrechter
Het opleggen van de straftijd heeft geen verdere gevolgen voor de betrokkenen, dat wil zeggen er kan later geen andere straf uitgesproken worden
|
Het toezicht op de speler(s) aan wie straftijd is opgelegd, is in handen van de scheidsrechter. Hij houdt ook de tijd bij en noteert de naam (namen) van de speler(s) aan wie straftijd is opgelegd. Als de straftijd om is, mag (mogen) eerst na een teken van de scheidsrechter de speler(s) het speelveld weer betreden
|
| Als de scheidsrechter de tijd stil zet, staat ook de straftijd stil |
| Een speler, aan wie straftijd is opgelegd en die in dezelfde wedstrijd wederom een overtreding begaat, die een straftijdoplegging tot gevolg zou hebben, ontvangt een waarschuwing |
| De straftijd kan slechts eenmaal per speler per wedstrijd worden opgelegd |
| De speler(s) aan wie straftijd is opgelegd, blijft (blijven) onder de rechtsbevoegdheid van de scheidsrechter |
| Een speler, aan wie straftijd is opgelegd, kan gedurende zijn straftijd niet worden vervangen |
| Indien aan de aanvoerder van een elftal straftijd is opgelegd, moet zijn taak gedurende de vijf minuten, dat hij niet aan het spel deelneemt, aan een andere speler worden overgedragen. Hij mag ook geen inlichtingen aan de scheidsrechter vragen over de door deze genomen beslissingen |
| Indien een elftal de wedstrijd aanvangt met 7 spelers, of het aantal daalt tijdens de wedstrijd tot 7, dan vervalt de straftijdregeling |
| Als een doelverdediger straftijd wordt opgelegd, dan moet een andere speler zijn plaats als doelverdediger innemen. De als doelverdediger optredende veldspeler zal ook door het aantrekken van afwijkende kleding als doelman herkenbaar moet zijn |
| Als een speler zijn straftijd van 6 minuten niet kan volmaken, omdat de rust aanbreekt, dan zal hij het resterende gedeelte van de straftijd in de tweede helft dienen te ondergaan. Is de straftijd van een speler nog niet om bij het einde van de wedstrijd, wordt hem de rest kwijt gescholden |
| Zowel de thuisspelende als de bezoekende vereniging zijn verplicht zorg te dragen voor de beschermende kleding ten van de spelers aan wie straftijd wordt opgelegd |
| De speler(s) aan wie straftijd is opgelegd, behoeft (behoeven) niet op een bank plaats te nemen, doch dient (dienen) zich binnen de omrastering van het speelveld op te houden binnen een door de scheidsrechter aan te geven gebied |
|